Van zorgcrisis naar gezonde generatie
De Nederlandse gezondheidszorg staat onder grote druk. Als we niets veranderen, stevenen we volgens de SER af op een situatie waarin één op de vier werkenden nodig is in de zorg. Dat is simpelweg onhoudbaar. De oplossing ligt volgens Onno van Schayck, hoogleraar Preventieve Geneeskunde bij de Vakgroep Huisartsgeneeskunde, niet alleen in betere behandelingen, maar in een fundamenteel andere benadering. En die begint niet in het ziekenhuis of in de huisartspraktijk, maar in de directe omgeving van (nog gezonde) personen, bijvoorbeeld op het schoolplein.
Jaren geleden werd tijdens de NHG Woudschoten Conferentie afgesproken dat huisartsen zich vooral richten op het behandelen van patiënten, en waar nodig, alleen op geïndiceerde preventie, oftewel het voorkomen van verergering van een ziekte bij mensen met beginnende klachten. Het gevolg? Preventie en leefstijlgeneeskunde krijgen nog steeds onvoldoende aandacht, terwijl juist daar de sleutel ligt om de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden. Onno van Schayck: “We rijden af op een muur, op een onhoudbare situatie in de zorg. Zonder een sterke inzet op preventie blijven we dweilen met de kraan open. Kijk naar Engeland. Daar zie je al dat het NHS UK de druk niet meer aankan. Dat is onze voorbode als we niet ingrijpen.”
Een nieuwe benadering is dus nodig en er zijn ook al verschillende initiatieven. Onno noemt als voorbeeld de ziektelastmeter, waarbij vooral gekeken wordt naar wat de ziektelast daadwerkelijk betekent voor het leven van een patiënt. Bij aandoeningen als diabetes, COPD, artrose, astma, hartfalen of CVRM wordt samen met de patiënt bepaald waar de grootste ziektelast zit en wat daaraan gedaan kan worden. Daarbij komt leefstijl nadrukkelijk in beeld. Wat kan iemand zélf doen om die last te verminderen? Deze aanpak kan zeker helpen in het bevorderen van leefstijlgeneeskunde. Onderzoek heeft laten zien dat de ervaren kwaliteit van zorg en de kwaliteit van leven van de patiënt verbetert, maar daarmee voorkomen we nog geen chronische ziekten.
De echte winst: beginnen bij kinderen
Tussen ongezond gedrag en het manifest worden van een ziekte zit een incubatietijd, afhankelijk van de ziekte, een periode van (tientallen) jaren. Gedragspatronen ontstaan bovendien al vroeg in het leven en vóór de puberteit zijn kinderen het meest ontvankelijk voor nieuwe gewoontes. Daarna volgt een fase waarin jongeren zich vooral afzetten tegen wat hen wordt aangeleerd. Dit terwijl kinderen op jongere leeftijd het vaak leuk vinden om iets te leren. Dat maakt de basisschoolleeftijd cruciaal als hét moment om gezonde keuzes vanzelfsprekend te maken, wanneer ouders en omgeving nog invloed hebben.
Dat is de kern van het programma ‘De Gezonde Basisschool van de Toekomst’, dat tien jaar geleden is gestart naar aanleiding van een vraag van Onderwijsstichting MOVARE om overgewicht bij kinderen in de regio Parkstad aan te pakken. Op initiatief van Onno en de vakgroep Huisartsgeneeskunde Maastricht is toen, samen met ouders, leerlingen, leerkrachten en de GGD, provincie en Maastricht University, een aanpak ontwikkeld met als doel dat jonge kinderen minder overgewicht ontwikkelen en daardoor een lagere kans hebben op chronische ziekten (diabetes, hart-, vaatziekten) op latere leeftijd. Zij introduceerden ‘De Gezonde Basisschool van de Toekomst’, met als basisprincipe: een gezonde lunch en dagelijks bewegen zijn vanzelfsprekende onderdelen van de schooldag.
Nu, tien jaar later, kunnen we stellen dat het programma een enorm succes is. De resultaten overtreffen alle verwachtingen. Investeren in gezonde voeding en voldoende beweging in de basisschoolfase is uitzonderlijk effectief. Niet alleen voor de gezondheid, maar ook voor cognitieve ontwikkeling en schoolprestaties. Kinderen eten gezonder, bewegen meer en presteren ook aantoonbaar beter op school. Maar misschien nog opvallender is het indirecte effect op korte termijn. Kinderen zitten beter in hun vel en er wordt volgens leerkrachten en ouders minder gepest op school. Kinderen nemen hun gezonde gedrag mee naar huis en beïnvloeden vaak hun ouders en daarmee ook broertjes en zusjes. Leefstijl blijkt besmettelijk, ook in positieve zin. Een Huisartspraktijk in een wijk waar deze scholen al langer actief zijn, heeft de indruk dat er nu al een afname van chronische ziekten is in de spreekkamer. Dat is een reden om dit nu verder te gaan onderzoeken.
‘Het is veel succesvoller geworden dan ooit gedacht. Wij dachten de eerste effecten op voorkomen van ziekten te kunnen onderzoeken na 20 of 30 jaar. Nu blijkt, uit kwalitatief onderzoek, dat deze aanpak al invloed heeft op de gezinnen. Wij denken altijd dat ouders kinderen opvoeden, maar het is ook soms andersom. En wist je dat een goede of slechte leefstijl overdraagbaar is tussen generaties? Dat betekent dat het katalysatoreffect in de toekomst alleen maar groter zal worden.’
De maatschappelijke opbrengst is spectaculair te noemen: Social Finance NL heeft berekend dat in Venlo elke geïnvesteerde euro in de Gezonde Basisschool naar schatting 7,5 euro oplevert. Het programma de Gezonde Basisschool van de Toekomst heeft miljoenen euro’s subsidie opgehaald. Voor het MUMC+ is dit één van de voorbeeldprojecten voor de regio. De + in MUMC+ staat immers voor preventie en dit is precies waar zij op willen inzetten: preventie integreren in de gezondheidszorg.
De Provincie Limburg gaat er van uit dat er binnenkort veertig gezonde basisscholen zijn in Limburg. Maar ook buiten Limburg komen er nieuwe gezonde basisscholen van de toekomst bij. Steden in heel Nederland nemen het concept over onder eigen namen, zoals “Jump In” in Amsterdam. JOGG (Gezonde Jeugd, Gezonde Toekomst) heeft dit onderwerp als speerpunt opgenomen om zoveel mogelijk scholen te bereiken in de vier grote steden Utrecht, Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Ook in de politiek is er steeds meer steun. Tegelijkertijd blijft financiering een uitdaging, onder andere door begrotingsregels die het moeilijk maken om besparingen in de zorg terug te investeren in preventie.
Een blik vooruit
De boodschap is helder: wie aan de zorg wil bijdragen, kan niet om preventie heen. En wie preventie serieus neemt, begint ook bij kinderen. Want door gezond eten en veel bewegen de norm te maken in de levens van jonge kinderen, kunnen we hun kansen aanzienlijk vergroten. De verwachting is dat over enkele decennia gezonde basisscholen de norm zijn. Het fundament daarvoor wordt nu gelegd, met onderzoek, samenwerking en praktijkervaring.
Onno: ‘Het is een prachtige onderzoekslijn die de komende jaren door blijft gaan. Ik ga dit jaar met pensioen, dus er komt een nieuwe onderzoeksleider, Dr Marla Hahnraths, en nieuwe onderzoekers die eraan verder werken. Vice-decaan UM-FHML Stef Kremers wordt het gezicht naar buiten toe.

Meer artikelen
Website door MarketingMakkers



